| Westkapelle is een bekende badplaats op het voormalige eiland Walcheren. Het heeft een gezellig centrum met vele winkels, restaurants en terrassen. Westkapelle heeft een prachtig strand en schoon, helder zeewater. De omgeving is erg mooi en biedt vele mogelijkheden om te wandelen en fietsen. Westkapelle kenmerkt zich in het bijzonder door haar centrale ligging, die bij uitstek geschikt is voor dagtrips met de fiets naar bijvoobeeld de Deltawerken en de Stormvloedkering in de Oosterschelde, of de oude stadskernen van Veere, Middelburg en Vlissingen. Westkapelle ligt direct aan zee, temidden van strand, dijk, duinen en een klein kreek- en bosgebied ten zuiden van de plaats. Langs de kreek is een wandelroute uitgezet en vinden hengelaars een favoriet stekje. Direct voor de dorpskern is een klein strand, op de plek waar in ’44 de dijk doorbrak. Aan de zuidkant van het dorp begint het lange strand dat doorloopt tot Vlissingen! Zo’n 12 kilometer zandstrand strekt zich daar uit, waardoor je einde(r)loos langs het strand kunt wandelen. Zeker bij een flinke zuidwesterstorm is het druk op deze ‘strandroute’, en niet alleen op het strand zelf... In de diverse strandpaviljoens is het goed toeven, met een altijd fantastisch uitzicht op de zee. De naam Westkapelle is niet afkomstig van het woord Westkaap zoals velen veronderstellen, maar van de West-kapel. Een kerk die ver vóór 1067 in Westkapelle stond en één van de vijf Walcherse moederkerken is geweest, gewijd aan Sint Willibrord. De kerk is helemaal in zee verdwenen, maar heeft er lange tijd voor gezorgd dat Westkapelle een bedevaartsplaats was in Zeeland. Westkapelle, in de volksmond ‘Westkappel’ genoemd, ontstond rond 800 en was lange tijd een levendige (vissers-)havenplaats. Tijdens deze bloeiperiode waarin de oude duinen een beschutte baai vormden voor de schepen, was er geld in overvloed. De handel vierde hoogtij en de welvaart was zo groot dat halverwege de 15e eeuw begonnen werd met de bouw van een enorme driehallenkerk. De kerk brandde af in 1831 maar de 65 meter lange toren is behouden gebleven en fungeert tot vandaag als kustlicht. De betekenis van Westkapelle was groot in vroeger eeuwen. Dat blijkt uit het toekennen van stadsrechten aan Westkapelle, in 1223 door graaf Floris IV, gelijktijdig met Domburg. Vanaf dat moment had Zeeland vier steden: Middelburg en Zierikzee en de smalsteden Domburg en Westkapelle. Doordat de natuurlijke omstandigheden wijzigden en langzamerhand dijken het dorp moesten beschermen tegen de zee, verplaatste de handel zich naar Vlissingen en raakte Westkapelle zijn welvaart kwijt. Met de beroemde zeedijk werd in de vijftiende eeuw een start gemaakt. Helaas bleek die niet bestand tegen de talrijke stormvloeden. Pas in de achttiende eeuw begon men met het aanbrengen van steenglooïngen, eind negentiende eeuw gevolgd door het duurzame basaltsteen. Nadat men zich in de twintigste eeuw meer planmatig tegen de zee begon te verdedigen ontstond één van de zwaarste dijken van Nederland. De huidige, in het kader van de Deltawerken nóg meer verstevigde Westkappelse zeedijk kan met een gerust hart eventuele stormvloeden tegemoet zien! Westkapelle was een belangrijke bron voor oude liederen en balladen. Hoe ze ontstaan zijn is niet duidelijk, wel is duidelijk dat ze door de eeuwen heen aan het heiblok zijn gezongen en daardoor voor een deel bewaard zijn gebleven. Tot in de jaren vijftig hoorde je ze nog als dijkwerkers bezig waren een nieuw paalhoofd te formeren. Wanneer men begon te trekken aan het touw van het heiblok, begon de aanvoerder een reeds eeuwenlang gebruikt lied te zingen om het ritme erin te houden. Dit was nodig omdat men anders met de slappe heistelling, die slechts rustte op de instabiele paalhoofden, overstag zou gaan... Op 3 oktober 1944, rond 2 uur ’s middags wierpen Lancaster-bommenwerpers een lading bommen neer boven de Westkappelse zeedijk. Bijna drie uur lang. Het gat in de dijk was honderdvijftig meter breed, het was springtij en de zee stroomde over het land het dorp in. Op 29 oktober werd het bombardement herhaald, nu op een oostelijker gelegen stuk van Westkapelle. Tachtig procent van de huizen was verwoest, tweehonderd inwoners vonden de dood, in hun huizen, in een molen, in schuilkelders. Op 1 november landde de vierde Commando-Brigade van de tweeënvijftigste Schotse Lowland-divisie in het dijkgat. Het dorp was geëvacueerd, maar de vijand bood ongewoon felle tegenstand. De troepen slaagden echter in hun opdracht: de zwaar versterkte Atlantik-wall doorbreken om de Duitsers van de Schelde-oevers te verdrijven en de verbindingslijnen van de geallieerden naar Antwerpen te bekorten. Walcheren was een strategisch belangrijk bastion, dat de geallieerden kost wat kost in handen wilden krijgen. Er werden ook bij Vlissingen en Ritthem bressen in de dijk geslagen, maar Westkapelle was het sterkst verwoest. De inwoners vonden onderdak in andere dorpen op Walcheren. Het gat in de dijk werd op 12 oktober 1945 gedicht. Het dorp is vrijwel geheel herbouwd, zodat er relatief weinig huizen meer staan van vóór de oorlog. In Westkapelle is het Polderhuis, Dijk-en Oorlogsmuseum gevestigd. Een nieuw museum waar u wordt meegenomen in de roerige geschiedenis van Westkapelle en Walcheren. |



